Analyse Troonrede 2014

Analyse Troonrede 2014

Het klinkt een beetje oneerbiedig, maar op de Troonrede 2014 was het citaat “Never let a good crisis go to waste” van Winston Churchill behoorlijk goed van toepassing. Tenminste, op de inleiding dan.

Was het een grote verrassing dat Willem Alexander zijn toespraak begon met een referentie naar de vliegramp in Oekraïne? Nee natuurlijk niet. In de eerste plaats is dat geen verrassing omdat het te belangrijk en afschuwelijk is om er zomaar aan voorbij te gaan. Maar in de tweede plaats is het ook een uitstekende voorzet om een verhaal over vrijheid & veiligheid mee te gaan vertellen. Maar wordt die voorzet wel echt goed gebruikt? Een analyse van de inhoud en vorm van de troonrede 2014.

De basis: vrijheid & veiligheid

Het zal de luisteraar niet ontgaan zijn dat de rampen en conflicten van de afgelopen tijd een hoofdrol spelen in de inleiding van de toespraak. Oekraïne, Rusland, Gaza en IS worden daarmee rekwisieten om de toon mee te zetten: de wereld is onzeker, groot en behoorlijk eng. Daarom moeten we ervoor zorgen dat we sterk blijven, ondanks dat we maar klein zijn op het internationale toneel. Het is aan het kabinet – aldus de speech – om een vaste koers te varen en duidelijke keuzes te maken. Zo kunnen we onze eigen vrijheid & veiligheid beschermen en ook anderen dat bieden. Door deze opzet is er ruimte voor emotie zoals rouw, angst en nationale trots, zonder dat het té pathetisch wordt.

Het is opvallend dat deze twee grote waarden vrijheid en veiligheid zo’n hoofdrol spelen in de toespraak. De afgelopen jaren zijn deze waarden dankzij afluisterschandalen en privacy-issues eigenlijk steeds meer van elkaar af komen te staan. Als je voor veiligheid kiest, moet je niet zeuren dat je wat van je privacy (lees: vrijheid) moet inleveren. Tenminste, zo werd het eerder ingevuld. Onze koning framet het anders: het gaat om vrijheid om te zijn wie je wilt zijn, veiligheid om niet te hoeven vrezen voor radicalisering en uiteindelijk ook welvaart om die veiligheid en vrijheid te kunnen garanderen. So far, so good.

Maar dan wordt het vaag

De basis is goed: de speech gaat over belangrijke waarden die we ook voelen en die de afgelopen tijd akelig dichtbij kwamen. Maar dan gaat het toch mis. Na de eerste 3 alinea’s gaat de koning over van het vertellen van het probleem, naar het bieden van de oplossing. En daar wordt het zo nu en dan – zoals we van het genre Troonrede gewend zijn – knetterabstract. De oplossing is een boodschappenlijstje waar alle beleidsterreinen in rap tempo voorbij komen. Een gemiste kans wat mij betreft. Hier had je namelijk kunnen terugpakken op de waarden die je eerder hebt geïntroduceerd. Een voorbeeld. In de alinea over de zorg wordt gesteld: ‘toegang tot goede zorg voor veel Nederlanders het bewijs van de kwaliteit van de samenleving’. Waarom koppelt hij goede zorg niet aan veiligheid? Want erop kunnen vertrouwen dat je ouders in het verzorgingstehuis een fijne plek hebben om te leven en goede zorg krijgen, dát is toch ook veiligheid?

Hetzelfde geldt voor de nogal vage alinea over Europese samenwerking. En net zo goed voor de alinea over onderwijs. Waarom recht op goed onderwijs niet koppelen aan de vrijheid om jezelf te kunnen ontwikkelen tot wie je wilt zijn en waar je talenten liggen?

En dan nog iets

Een ander probleem van die concrete probleemstelling, in combinatie met een abstract oplossingskader, is dat je zorgen als luisteraar nou niet echt weggenomen worden. Het is een bekend gegeven dat je moet oppassen met een disbalans tussen probleem en oplossing. Het levert in dit geval een sippe speech op, waarbij de optimistische woorden over ‘veerkracht’ en ‘weerbaarheid’ naar de achtergrond worden gedrukt. Dat zien we niet echt voor ons, terwijl we de aanvallen op onze vrijheid & veiligheid wèl in onze onderbuiken voelen. Doordat de oplossing wordt vertaald naar beleid zonder echt het te vertalen naar woorden en beelden die we voelen, blijven we achter met een onzeker gevoel. En dat was volgens mij niet helemaal de bedoeling.

Maar natuurlijk zaten er ook leuke dingen in

En dan nu de parels, want die waren er ook heus. De inleiding en het slot grepen mooi naar elkaar terug. Er zaten een aantal fraaie retorische stijlmiddelen in die prettig klonken, al waren ze niet per se heel origineel. Zo werden er veel strijdmetaforen gebruikt. Heel toepasbaar. Ook drieslagen zaten er een aantal keer in: ‘Haat zaaien, dreigen met geweld of discriminatie van bevolkingsgroepen…’, ‘een vitale en weerbare samenleving, economisch hertel en groei van de werkgelegenheid’ en ‘het besef dat vrijheid, veiligheid en welvaart nauw met elkaar verbonden zijn’.

Tot slot vond ik twee kleine ingreepjes slim gevonden. In plaats van het te hebben over het ontastbare ‘globalisering’ wees onze koning erop dat we in een tijd leven ‘waarin iedereen de wereld via de smartphone in zijn hand heeft’. Aha, da’s een stuk dichterbij mijn eigen belevingswereld. En ik hoorde het woord ‘studievoorschot’. Een slim eufemisme voor ‘studieschuld’. Waar een schuld automatisch negatieve associaties oproept, is een ‘voorschot’ iets waar je handig gebruik van kunt maken. Daarbij is het heel vanzelfsprekend dat je een voorschot terugbetaalt.

Al met al is mijn oordeel: het was de beste Troonrede van de afgelopen 5 jaar. Maar echt een beauty was het nog niet. Er werden te veel kansen onbenut gelaten.


Posted by Sarah Gagestein

Categorised under Geen categorie
Bookmark the permalink or leave a trackback.

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *

*
*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

or