Framing Europa en Europese identiteit

Framing Europa en Europese identiteit

Wat maakt ons Europeaan? Een vraag die op het symposium ‘How European are you’, georganiseerd door de Van Mierlo Stichting, op diverse manieren werd belicht. Europa is zo groot en zo abstract, dat zelfs geoefende sprekers worstelen om in minder dan 10 zinnen overtuigend uit te leggen waarom Europa onmisbaar is. Hoe moet Europa geframed worden zodat Europeanen hun Europa als iets positiefs gaan zien?

De anti-Europa frames

Juist de anti-Europa frames kunnen mensen gemakkelijk herhalen, die hoef ik u eigenlijk niet uitvoerig te vertellen. De drie dominante frames in het debat zijn Europa is anti-democratisch (NL’se macht wordt weggeven aan ongekozen Eurocraten), Europa is een uitvreter (NL betaalt zich blauw, terwijl Griekenland en dergelijke bakken met geld krijgen) en Europa is anti-Nederland (we verliezen onze identiteit en krijgen er multiculti-troep voor terug). En ja, deze frames zijn nogal gechargeerd geformuleerd, maar u begrijpt, ook in de mildere variant is het recept nagenoeg gelijk.

Opvallend aan deze anti-Europa frames, is dat ze vrijwel door alle gebruikers door elkaar worden gebruikt. Dan wordt er weer gefocust op het financiële gedeelte en dan gaat het weer over het afstaan van soevereiniteit. Dat is niet zozeer een verdeel-en-heers strategie, maar meer dat de gebruiker niet durft te kiezen. Omdat er geen hele krachtige pro-Europa frames zijn, is dat overigens in de praktijk niet zo’n probleem.

Pro-Europa frame ‘vrede en veiligheid’

Net zoals de anti-Europa frames worden ook de pro-Europa frames vaak gecombineerd in boodschappen. Een klassiek frame is ‘vrede en veiligheid’. Dit is het frame waarop het Europese ideaal gestoeld is en dat fundamenten van de Europese Unie zijn gebouwd. Nooit meer oorlog. Een prima frame op zichzelf, waarbij men kan putten uit onze gewelddadige geschiedenis. Maar voor hoeveel mensen in Europa is ‘vrede’ nog iets waar ze ’s ochtends aan denken als ze wakker worden? Is dit niet voor de meeste mensen ontzettend vanzelfsprekend geworden?

Een familielid van dit positieve frame is ‘maak Europa even groot als onze problemen’. Dan wordt er gewezen op onze financiële sores, het klimaatprobleem en grensoverschrijdende criminaliteit. Met een spierballenorganisatie als de Europese Unie kunnen we die problemen aanpakken. Maar goed, hoeveel van die problemen zien we nu concreet opgelost worden? Of is de vuist die Europa maakt simpelweg niet stoer genoeg om dit frame goed te laten plakken?

Pro-Europa frame ‘financieel fundament’

Het tweede pro-Europa frame is: Europa is ons financieel fundament. Wij Nederlanders hebben maar een klein stukje grond, maar wel een grote handelsgeest. Door te handelen in producten en diensten verdienen we jaarlijks verschrikkelijk veel geld aan Europa. En soms kost dat dus ook wat, maar aan het einde van de dag slaat de balans ruim door naar het groen. Zonder Europa geen bloeiende Nederlandse economie. Ook in crisistijd, al laat dit verhaal zich dan veel minder gemakkelijk vertellen. We zien namelijk vooral de kosten waar Europa ons mee opzadelt, de baten blijven grotendeels onzichtbaar. Hoe overtuigend is dit frame dan nog? Daarbij is het eigenlijk een pessimistisch frame, het zet de EU neer als een noodzakelijk kwaad (zonder EU geen welvaart, dus het moet maar). Eerst het zuur en dan het zoet, zou je kunnen zeggen. Tegelijkertijd biedt dit frame wel een kans om op angst in te spelen: zonder Europa zijn we zó blut, dus Europa is onmisbaar.

Pro-Europa frame ‘extra identiteit’ (NL+)

Een ander frame dat vooral in de vernieuwershoek wordt gevonden is Europa als extra identiteit. In 2013 is de wereld onze achtertuin en zijn we naast Nederlander ook Europeaan. Door de onderlinge banden te versterken en meer in contact te zijn, zullen we ook steeds meer van elkaar leren. In dit frame is het toetreden van nieuwe landen tot de EU een soort gezinsuitbreiding of een verbouwing. Nederlander plus dus.

Gerelateerde frames, twee kanten van dezelfde munt

De dominante frames in het Europadebat zijn nauw met elkaar verbonden. De anti- en pro-Europaframes zijn veelal twee kanten van dezelfde munt. Zo is het ‘vrede en veiligheid’-frame qua waarden sterk verbonden met het ‘anti-democratie’-frame. Het gaat over macht en beslissingsrecht. De positieve variant zegt: laten we die macht delen voor onze veiligheid, terwijl de negatieve variant zegt: die macht houden we graag zelf om onze eigen beslissingen te nemen. Samen weten we het beter versus we weten het zelf beter.

Zo gaan het ‘economisch fundament’-frame en het ‘Europa is een uitvreter’-frame beide over geld. De ene kant van de munt is winst (we verdienen aan Europese samenwerking) en de andere kant verlies (we betalen alleen de rekening). Beide zijn in zekere zin waar, maar op welk gedeelte leg je de nadruk. Nu is dat verlies veel concreter weer te geven dan die abstracte winst, zeker in crisistijd zoals ik eerder al betoogde. De positieve variant van dit frame staat daardoor extra wankel.

Het laatste koppel, NL+ en NL-, gaan beide over identiteit. Nu is de negatieve variant een stuk emotioneler, omdat het inspeelt op de angst om identiteit te verliezen (en verlies is cognitief altijd heftiger dan winst, ook als het niet zo concreet is). Daarbij wordt vaak ook helemaal niet duidelijk wat die ‘winst’ bij de positieve variant dan nu eigenlijk is. Het identiteitsframe kan best aanlokkelijk worden (we zien onszelf immers graag als avonturiers en mensen van de wereld), maar dan moet er wel iemand opstaan en vertellen waarom het cool is om Europeaan te zijn. Dat blijft nu vaak onderbelicht.

Conclusie: hoe moet het nou verder met die Europaframes en Euro-identiteit?

Welk frame ‘het beste’ is, is eigenlijk niet te zeggen vooraf. Alle positieve frames hebben een krachtige negatieve tegenhanger. Tegelijkertijd zijn die positieve frames ook nog wel krachtiger te maken als men meer gaat inzetten op de waarden en emoties die erachter zitten. Zo vertelde Van Mierlo Stichting-directeur Frank van Mil op een concrete en persoonlijke manier wat hem een Europeaan maakt, wat hem een Europese identiteit geeft.

Wat hem zijn Europese identiteit geeft zijn niet de gedeelde wetten. Niet het Europees parlement. Maar dat hij zich thuis voelt, overal in Europa. En er altijd wel de weg kan vinden. Dat hij geen gezelligheid lijkt te kunnen vinden buiten Europa. Dat als er binnen Europa gevoetbald wordt, dat een potje tegen een Nederlandse club bijna even lokaal voelt als een Europese club. Een mooi frame, waarin hij appelleert aan het NL+ frame. Nederland is ons huis, Europa is de achtertuin. Allemaal van ons en we voelen ons er goed en thuis. En zoals Frank terecht ook opmerkte, misschien krijgen we pas heimwee naar ons Europa, zodra we aan de andere kant van de wereld zitten. Ik hoop dat meer mensen Europa zo klein en persoonlijk zullen gaan maken de aankomende tijd!

In een andere lezing op het Van Mierlo-symposium vertelde Arnold Labrie hoe nationalisme ontstaat door een gedeeld verhaal dat identiteit construeert. Een land framet zichzelf via een gedeelde geschiedenis (die je zelf optekent), een wij-zij verhaal (ik hoor erbij, zij horen er niet bij) en gedeelde zaken zoals geloof en taal. Uit deze lezing bleek maar weer hoe belangrijk het is dat, voor het slagen van de Europese Unie, er geïnvesteerd moet blijven worden in een Europees frame. Zo krijgen mensen steeds concreter het gevoel dat ze erbij horen en wordt Europesalisme vanzelfsprekend.

Dus? Laten de voorvechters van Europa samen nadenken over de ingrediënten van de meerwaarde van Europese identiteit en die voordelen zichtbaar, hoorbaar, tastbaar en proefbaar worden. Neem ons mee onze Europese achtertuin in en zorg dat we ons er steeds meer thuis gaan voelen. En volhouden dan.


Posted by Sarah Gagestein

Categorised under Geen categorie
Bookmark the permalink or leave a trackback.

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *

*
*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

or