Framing laaggeletterdheid: wat werkt en wat niet?

Framing laaggeletterdheid: wat werkt en wat niet?

Wat zijn de grote problemen van Nederland op dit moment? Bij velen zal ‘laaggeletterdheid’ niet in de top 3 komen. Niet zo vreemd, want er ligt een groot taboe op en het is allesbehalve zichtbaar. Hoe kan framing helpen om dit probleem beter te communiceren en ervoor te zorgen dat mensen aan hun taalvaardigheden gaan werken?

Taalstrategie is door Tel mee met Taal gevraagd onderzoek te doen naar de frames rond laaggeletterdheid. In dit artikel geven we een voorproefje van de gevonden frames.

Laaggeletterdheid-frames als basis voor constructieve communicatie

Frames rond laaggeletterdheid dragen er aan bij hoe wij naar issue kijken en wat voor oplossingen we zien (of juist niet zien). In het geval van laaggeletterdheid concurreren verschillende frames met elkaar in het publieke domein. Sommige dragen bij aan het verbeteren van de geletterdheid in Nederland, waar andere frames juist schadelijk kunnen zijn. In het geval van onderwerpen waar relatief weinig aandacht en kennis rond is, hebben frames veel invloed op onze beeldvorming. Door de aanwezige frames te destilleren en adviezen ten aanzien van het gebruik ervan te formuleren, willen we bijdragen aan beeldvorming in het publieke debat die bijdraagt aan het voorkomen en verbeteren van laaggeletterdheid.

Een kwalitatieve framinganalyse van krantenberichten en online comments leverde zes frames op. Let op: er zijn natuurlijk meer frames mogelijk, maar deze frames kwamen we vaak genoeg tegen om er een zinnige analyse op los te laten. We noemen er in dit artikel vier.

Meedoen-frame

Het gevonden Meedoen-frame legt de nadruk op ‘buitengesloten zijn’: wie niet goed kan lezen, schrijven, rekenen of geen afdoende digitale vaardigheden heeft, komt als het ware aan de zijlijn te staan en ‘doet niet mee’. Binnen dit frame is laaggeletterdheid vooral een probleem van de laaggeletterde zelf. Het levert namelijk schaamte, afhankelijkheid en isolement op, wat vaak benadrukt wordt door sterk ingezoomde verhalen: voorbeelden of anekdotes van laaggeletterden zelf die vertellen over hoe erg ze leden onder hun situatie. Problematisch bij dit frame is dat het niet duidelijk wordt hoe de samenleving er zelf baat bij kan hebben als laaggeletterdheid wordt opgelost. Het probleem blijft persoonlijk, en de oplossing dus ook. Hij of zij moet ’t zelf doen. Uit eerder onderzoek rond armoede (Iyengar 1993) bleek dat te sterk ingezoomde verhalen kunnen zorgen voor passiviteit bij de ontvanger: jij hoeft er niks mee, want het is het probleem van een individu waar je niks mee te maken hebt. Daarnaast wordt de laaggeletterde persoon ook veelal als zielenpiet neergezet, wat kan bijdragen aan versterking van de taboesfeer rond dit onderwerp.

Negatieve spiraal-frame

Het Negatieve spiraal-frame heeft als essentieel verschil met het voorgaande frame dat er in dit frame met meer afstand naar laaggeletterdheid wordt gekeken, wat een ander probleem oplevert. In plaats van het leed vanuit de laaggeletterde te bekijken, wordt het als een maatschappelijk probleem neergezet waar wij allemaal last van hebben. Laaggeletterdheid leidt namelijk tot maatschappelijke problemen zoals schulden, een korter leven met meer gezondheidsklachten, werkloosheid en niet stemmen bij verkiezingen. Dit is onwenselijk en onacceptabel voor ons allen. Dit frame kan problemen opleveren omdat het vaak vrij abstract blijft. Hierdoor is het weinig empathisch. De truc om dit frame goed in te zetten is door het aan te vullen met persoonlijke verhalen (van mensen die vooruitgang willen boeken of hebben geboekt), actief te benoemen wie er kan helpen (zoals huisartsen, sportcoaches en schuldhulpverleners) en te benoemen wat er voor ons allen te winnen valt als mensen beter leren lezen, schrijven, rekenen en aan hun digitale vaardigheden werken.

Kostenpost-frame

In het Kostenpost-frame staan de economische consequenties van laaggeletterdheid voor de samenleving centraal en in die zin lijkt het frame op de voorgaande. Het probleem bij dit specifieke frame? De laaggeletterde wordt sterk gedehumaniseerd: ze zijn een financiële last. Laaggeletterdheid verwordt binnen dit frame dan ook iets waar je je voor moet schamen: je veroorzaakt immers structureel gedoe voor de rest. Je kost alleen maar geld. Door dit frame te gebruiken schets je niet alleen een zeer negatief beeld van de laaggeletterde, ook een duidelijke oplossing ligt niet voor de hand. Veelal wordt in artikelen dit frame namelijk gecombineerd met een oproep om meer te investeren. Helemaal geen verstandige oplossing binnen de verhaallogica van het frame, want iets wat al duur is, daar moet je niet nóg meer geld aan uit gaan geven.

Te ingewikkeld-frame

In het Te ingewikkeld-frame ligt de focus op het aanwijzen van de schuldige van het probleem. Niet de laaggeletterde is het probleem, de verantwoordelijken voor die veel te moeilijke brieven die verstuurd worden, die zijn het probleem. Die brieven zitten namelijk vol met jargon en lastige woorden en alles moet tegenwoordig maar digitaal geregeld worden. Binnen dit frame wordt geregeld genoemd dat zelfs ‘gewone’ burgers als moeite hebben met dit soort brieven. Binnen dit frame ligt de oplossing dan ook bij de boodschapper: die moet zich aanpassen en eenvoudiger communiceren, in plaats van dat mensen gaan investeren in het verbeteren van geletterdheid.

Kies een frame dat past bij wat je wilt bereiken

Alle gevonden frames in het onderzoek hebben waarde in zich. We wilden in het onderzoek een keuze maken in welk frame het meeste kan bijdragen aan een actieve houding om aan geletterdheid te werken. Ondanks dat het ‘kostenpost-frame’ en het ‘te ingewikkeld-frame’ veel gebruikt worden, krijgen deze niet onze voorkeur door de onbedoelde en ongewenste bijeffecten. In een expertsessie met stakeholders van Tel mee met Taal werd duidelijk dat het ‘negatieve spiraal’-frame de meeste potentie heeft om mensen in beweging te krijgen die laaggeletterdheid kunnen opmerken (professionals, maar ook familieleden of buren!) en deze mensen naar een lokaal taalinitiatief door te sturen. Het laat zien dat het een groter probleem is dan dat van het individu alleen en dat aan je taalvaardigheid werken ook kan bijdragen aan het voorkomen en oplossen van andere maatschappelijke problemen.

Om dit frame te laten slagen moet het wel persoonlijk blijven. Persoonlijke verhalen zijn waardevol omdat ze het probleem invoelbaar maken. Maar ook om de potentiële winst te tonen. Door te laten zien wat iemand ‘gewonnen’ heeft na bijvoorbeeld een taalcursus, wordt duidelijk dat iedereen wel baat zou hebben bij een investering in zijn taal-, reken- en digitale vaardigheden en dat je je hier dus niet voor hoeft te schamen. De negatieve verhalen verdienen een tegenhanger die toont hoe het ook kan: de opwaartse spiraal. Wat gebeurt er met de samenleving als mensen meer gaan werken aan hun talige, reken- en digitale vaardigheden? Dan nemen mensen slimmere financiële beslissingen, gaan ze beter om met hun gezondheid en blijven ze actief deelnemen op de arbeidsmarkt en in het stemhokje. En daar hebben we allemaal plezier van. Het is essentieel om de potentiële winst waar dit mogelijk is te blijven benoemen, zodat de ontvangers van de boodschap niet alleen het probleem voor zich zien, maar ook een beeld krijgen van waarom het helpt om hier in te investeren als programma, als overheid en als samenleving.


Posted by Sarah Gagestein

Categorised under Geen categorie
Bookmark the permalink or leave a trackback.

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *

*
*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

or