Framing vrijheid

Framing vrijheid

Vrijheid is een groots woord. Een abstract woord ook. Maar desalniettemin is het voor veel politieke partijen een enorme pijler. De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) en de Partij voor de Vrijheid (PVV) hebben het zelfs in hun naam staan.

Ondanks dat we onze mond ervan vol hebben, is het eigenlijk niet zo eenduidig wat vrijheid nu precies betekent. En zelfs als we een bepaalde visie van vrijheid hebben, is het helemaal niet gezegd dat dit dé definitie van vrijheid is. Elke partij vult het voor zichzelf in, er zijn verschillende vrijheidsperspectieven. Daarom in dit stuk: vrijheidframes.

Vrijheid in metaforische zin

Juist omdat vrijheid zo’n abstracte term is – zoals tijd, ruimte, liefde – gebruiken we metaforen om het concreter te kunnen interpreteren. Volgens linguïst George Lakoff gebruiken we vrijwel altijd een bewegingsmetafoor: bewegingsvrijheid. Dit is je kunnen verplaatsen, dingen kunnen pakken en beweging om lichamelijke handelingen te kunnen uitvoeren. Vanaf jongs af aan voelen we die behoefte en voelen we negatieve emoties als we in onze bewegingsruimte worden beperkt. Saillant: in de gevangenis zitten is eigenlijk niets anders dan het beperken van (onder andere) bewegingsvrijheid.

Die metafoor van beweging werkt twee kanten op: enerzijds een gewenste bestemming bereiken (ik heb mijn doel bereikt), anderzijds dat iets gewenst jouw richting op komt (mijn ideale baan kwam ineens op mijn pad). Dit werkt dus ook precies de andere kant op: het beperken van vrijheid is het opwerpen van een obstakel voor die beweging. Zo’n obstakel, het wegnemen van vrijheid, wordt dankzij deze metafoor gezien als iets immoreels, omdat we uit ervaring weten dat het vervelend voelt (bijvoorbeeld als je als baby niet de trap mag opkruipen).

Twee soorten vrijheid

Dankzij deze metafoor begrijpen we vrijheid op twee basale manieren: vrijheid om te (positief) en vrijheid tegen (negatief). De positieve vrijheid gaat over (bewegings)ruimte bieden: eigen beslissingen kunnen nemen en empowerment. Negatieve vrijheid gaat over vangnetten en bescherming, tegen bijvoorbeeld geweld, invasies of ziekte. In de politieke context gaat het al gauw om de rol van de overheid in het bieden of afnemen van vrijheid. Op dat punt verschillen de meningen nogal over wat vrijheid precies inhoudt.

Vrijheid volgens VVD en GroenLinks

De ene vrijheid is de andere niet. Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar de VVD’se vrijheid, lijkt die vrijheid zich namelijk vooral te openbaren als ‘vrijheid is de afwezigheid van overheid’. Dat gaat dus over de toename van bewegingsvrijheid als de bewegingsbeperkende overheid afneemt. De VVD pleit voor de ‘vrije markt’, waar zo min mogelijk overheid, dus zo veel mogelijk vrijheid is. Overheid is dus vooral een vrijheidsafnemer, een bemoeienis. Dit geldt grotendeels ook voor het CDA en deels voor D66.

Als je naar de invulling van vrijheid bij GroenLinks kijkt, verschilt dat enorm van de VVD. Voor GroenLinks is de overheid namelijk meer een instituut voor empowerment: zorgen dat mensen hun vrijheid toeneemt, juist door overheidsingrijpen. De overheid is hier meer een beschermer van bewegingsvrijheid, dankzij het aanpakken van armoede, het inzetten van onderwijs en het op peil houden van de verzorgingsstaat. De vrije markt wordt dus niet per se vrijer bij afwezigheid van overheid. Regulering is géén afdoen aan vrijheid, maar juist het optimaliseren van vrijheid voor iedereen. Dit geldt ook grotendeels voor SP en PvdA.

Natuurlijk heeft de VVD ook oog voor het bieden van vrijheid via overheid (bijv .tegen discriminatie) en wil GroenLinks ook op veel punten minder overheidsingrijpen (bijv. minder regels voor ondernemers). Het wordt door niemand zó zwart-wit gepresenteerd. Maar juist het benadrukken van één van de twee vrijheden zorgt voor een duidelijker frame; het geeft kiezers een leidraad. De ene vrijheid leidt af van de andere. Het biedt een duidelijker perspectief op hoe je de standpunten en identiteit van de partij moet interpreteren en wat dus moreel juist is om te doen.

PVV-vrijheid: nog specifieker

De PVV’se vrijheid is nog veel specifieker geframed dan de ‘klassieke’ links-rechts-vrijheid. De PVV-vrijheid heeft minder te maken met overheid, het gaat vooral over culturele identiteit. Het behoud van de eigen culturele vrijheid, wordt gerealiseerd door de afwezigheid van een alternatieve culturele identiteit. Oftewel: de Islam bedreigt onze eigen identiteit (whatever that may be) en dient geweerd te worden uit Nederland. Zo framet Wilders vrijheid als iets dat in Nederland constant onder aanval is, dat we dus met hand en tand moeten verdedigen. Op het moment dat hij kritiek krijgt op deze visie, kan hij de tegenstander dus verwijten dat die niets om vrijheid geeft en dat die direct capituleert in plaats van knokt.

Wiens vrijheid?

Uiteindelijk is er geen universeel, eenduidig beeld van vrijheid. We worden gestuurd in onze interpretaties door onze metaforen die we hebben geleerd dankzij onze levenservaringen en door de frames die vanuit de politiek en samenleving boven komen drijven. Wat we hieruit kunnen leren is dat het dus voor politici nooit voldoende is om te stellen dat zij ‘voor vrijheid zijn’. Keer op keer zal de politicus moeten kunnen laten zien en voelen welke vrijheid hij nu eigenlijk bedoelt en zal het gewenste frame helder aanwezig moeten zijn. Anders kan een ander met jouw vrijheid aan de haal gaan.


Posted by Sarah Gagestein

Categorised under Analyse, Geen categorie
Bookmark the permalink or leave a trackback.

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *

*
*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

or