Framing, weg met de feiten?

20 december 2011

Het dogmatische denken over feitelijkheid en rationaliteit maakt ons een beetje moe. Het verabsoluteren van ratio en die heilige feiten is namelijk zóóóó 1650… maar nog springlevend!


Sarah bezocht laatst het debat met de bijzonder pretentieuze naam: ‘Framing, weg met de feiten’ bij de Universiteit Leiden, dat binnen de kortste keren volledig uit de hand liep. Dat komt omdat de common ground waarmee het debat begon leek te zijn dat feiten radicaal tegenover framing staan: framing grenst aan (of staat gelijk aan) fact free politics. Daar konden beter-wetende-deelnemers aan het debat Thijs Niemantsverdriet en Kay van de Linde helaas niets aan veranderen. Wat ze ook inbrachten, de debatleider stuurde telkens weer aan op een feiten-versus-emotie-premisse. Zonde van de tijd, want zo heb je niets aan een debat over framing.


Jouke de Vries (hoogleraar politieke wetenschappen) vond in dit debat dat de kwaliteit van de politiek wordt aangetast door de manier waarop framing (en dus emotie) nu wordt ingezet. Door het afkalven van de partijideologieën zouden er nieuwe emotionerende beelden getoond moeten worden om de kiezer te betrekken bij de politiek. Over één ding heeft De Vries gelijk: framing heeft inderdaad te maken met emotie. Helaas klopt de rest van zijn redenering niet. Ideologie, lijkt hij te zeggen, komt voort uit ideeën (ratio, feiten) en nu er geen ideologie meer is (dat kan je al betwisten), beroepen politici zich op de emotie. Hiermee maakt hij een onderscheid dat op geen enkele manier te verdedigen is, namelijk dat feiten helemaal los staan van emotie.

Feiten gaan hand in hand met emotie

Wat De Vries lijkt te beweren is bizar als je nadenkt over hoe wij mensen in elkaar zitten. De definitie van een feit is volgens Wikipedia: een gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid vaststaat, ofwel zintuiglijk kan worden waargenomen hetzij instrumenteel gemeten. Juist. Een feit wordt empirisch vastgesteld. Je ruikt, ziet, voelt of hoort iets. Maar dan moeten we vervolgens iets met dat feit: interpreteren. Dit is een belangrijk punt. Zonder interpretatie is een feit namelijk niets, zonder waardeoordeel levert het ons niets op. Als een politicus zegt: ‘feitelijk gezien is de armoede in Nederland groter geworden’, dan zegt dat niets, totdat we gaan wegen wat we vinden/voelen bij dit feit. Is het vervelend of doet het ons niks?


Politiek is natuurlijk gebaseerd op feiten en dat zou het altijd moeten zijn. Zeker weten. Maar de essentie van de politiek is nu juist het interpreteren en duiden van die feiten. Onze politici zijn namelijk aangesteld om ethische vraagstukken te vertalen in wetten en regels. Als politici de feiten niet zouden hoeven interpreteren, dan konden we de besluitvorming overlaten aan een rekenmachine. Debat is bedoeld om te interpreteren en wegen. Wat vinden we belangrijk? Waar willen we naartoe met onze samenleving? We hebben onze emotie nodig om een waardevolle afweging te kunnen maken.

Het effect van emotieloos redeneren

De meerwaarde van emotie wordt ook direct duidelijk als je Descartes’ Error (1994) leest, over de ervaringen van neuroloog Antonio Damasio met patiënten die geen beroep kunnen doen op emotie in het beslissingsproces door schade in hun brein. Damasio beschrijft een sessie met een patiënt die ruim een half uur bezig was met het bedenken welke datum en tijd optimaal zou zijn voor hun volgende afspraak. Omdat hij niet in staat was om een waardeoordeel te vellen (dit is het niet waard om zolang over te piekeren), bleef hij maar doorgaan met het wegen van de argumenten.


Misschien is het voorbeeld wat extreem, maar het geeft wel goed aan dat het wegen van argumentatie (en feiten) onmogelijk is zonder het gebruiken van je emotie, omdat je niet kan oordelen of iets overtuigend is. Neem een actuele kwestie: het verhogen van de maximale snelheid naar 130 km per uur. De argumenten (we gaan even niet zo ver om ze feitelijk te noemen) zijn er: het zou de doorstroom op de snelwegen goed doen enerzijds, maar het levert meer vuile lucht op die een negatieve invloed heeft op de omwonenden anderzijds. Met die argumenten ga je het politieke debat in om te praten over wat belangrijker is. Zeggen: ‘voorzitter, het betreft hier een feit’ is dan niet voldoende. De politicus zal altijd moeten uitleggen waarom dit feit er toe doet. Waarom het zwaar weegt.

Emotie is als zuurstof

We hebben emotie nodig om ons brein goed te laten functioneren. We hebben emotie nodig om het politieke debat goed te kunnen laten functioneren. Politici gebruiken die emotie ook als middel om hun kiezers te laten zien welke feiten zwaar wegen in de besluitvorming. Het is gemakkelijk om te zeggen dat politici emotie inzetten om mensen maar niet aan het denken te zetten. Maar de toegang tot de feiten en bijbehorende argumenten is er, een politicus plaatst ze simpelweg in het kader waar hij zelf achter staat. Hij laat de waarden en emoties zien waarmee de afweging gerechtvaardigd wordt.


Dan hebben we het overigens nog niet eens over de invloed van taal gehad. Feiten worden namelijk zelden neutraal geformuleerd. Vergelijk zelf: ‘er zijn slechts 5 doden gevallen tijdens de missie’ of ‘er zijn wel 5 doden gevallen tijdens de missie’. De slimmerik zegt dan: je kant toch ook de woorden ‘slechts’ en ‘wel’ helemaal weglaten. Yep. Maar je kan de boodschap ook zo formuleren: ‘van de 2000 soldaten zijn er 1995 veilig teruggekeerd’. Net zo waar, maar de formulering beïnvloedt je waardeoordeel. Beweren dat feiten op zichzelf staan en neutraal zijn is een behoorlijk naïeve stelling.

‘Fact free politics’ is een frame

Wat moeten we hier nou uit concluderen? Als je zinvol wil debatteren over framing, laat de feiten-dogma’s dan alstublieft thuis. Zoals Kay van de Linde al terecht fulmineerde tijdens het debat: fact free politics is ook een frame! Eigenlijk is het een ander woord voor ‘liegen’, tenminste, zo lijken politici het te gebruiken tijdens de debatten. That’s not framing at all. Framing gebeurt namelijk op basis van de feiten. Je duidt de feiten met emoties en wereldbeelden via taal. Dus beste Jouke de Vries en vele anderen die gezellig op het feiten-dogma-eiland wonen, als u nog eens op zoek gaat naar een zondebok, zoekt u het dan alstublieft ergens anders. Maar blijf af van onze emotie. Daar mogen we namelijk trots op zijn.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?