Framing & onderzoek: Focusgroepen

21 januari 2014

Frames onderzoeken is een vak apart. Frames oefenen vooral hun invloed uit in het onbewuste, dus het heeft weinig zin om mensen bewust te vragen naar hun frames. De interessante data zit goed verborgen en moet er via een omweg uitgehaald zien te worden.


Een van de manieren om meer inzicht te krijgen in de interne frames die mensen gebruiken, is focusgroepen. We doen dat vaak en met veel plezier. In dit artikel delen we onze inzichten en aanbevelingen.

Wat leveren focusgroepen op?

Dat ligt aan je insteek. Je kunt een aantal focusgroepen organiseren als start van een traject waarbij je wilt weten wat er zoal naar boven komt bij een thema. Dit soort focusgroepen is heel inzichtelijk als je een onderwerp of nieuwtje hebt waar je niet goed van weet wat het ‘doet’ bij je doelgroep en daarbuiten. Je kunt naar aanleiding van zo’n gesprek nog geen onderbouwde framingstrategie opstellen, aangezien je niet hebt getest of bepaalde frames echt effectief zijn. Dit type focusgroepen is dus echt inleidend.


Je kunt ook al een aantal potentiële frames hebben opgesteld. Die kun je in focusgroepen gaan testen. Dat doe je door mensen in het begin van het gesprek te voeden met gemanipuleerd materiaal. Dat kan een tekstje zijn, maar ook beeldend. Zorg dat je goed in kaart hebt wat je precies manipuleert, zodat je achteraf ook enigszins grip hebt op wat je frame teweeg brengt. Zoals je misschien merkt aan de woorden ‘enigszins grip’, zijn we voorzichtig in het trekken van conclusies naar aanleiding van focusgroepen. Het is immers een kwalitatieve toets, dus je resultaten generaliseren over je hele doelgroep moet je voorzichtig doen. Desalniettemin leveren focusgroepen mooie aanwijzingen op wat een frame teweegbrengt en hoe je dat nog beter kunt stroomlijnen.

Hoe pak je het aan?

Wat je nodig hebt zijn mensen die je van buitenaf werft. Op die manier kun je selecteren op gevarieerde groepen als tegenwicht aan de ‘lab-setting’ die een focusgroep altijd een beetje oplevert. Het is verstandig om in een team te werken aan het manipulerend materiaal en de gesprekslijn. Zo haal je er sneller sukkelige dingen uit (zoals onnodig jargon of vage redeneringen) die onbedoeld veel tijd en aandacht gaan vreten tijdens de gesprekken. Zonde, want je hebt maar 60-90 minuten met zo’n groep voordat de rek er echt uit is.



Zorg dat je materiaal zo goed mogelijk is en dat je ook echt iets te vergelijken hebt straks na de gesprekken. Eigenlijk nóg belangrijker is je gespreksleidraad. Want het is lastiger dan je denkt om mensen vragen te stellen zonder dat je ze te veel pusht. De meeste vragen zijn behoorlijk sturend en je wil als gespreksleider zo min mogelijk invloed uitoefenen in het gesprek zelf. Je wilt ophalen wat mensen denken en voelen en niet ze onbedoeld sturen in wat ze jou moeten vertellen. Mensen laten zich behoorlijk leiden door sturende vraagstelling zonder dat ze dat zelf doorhebben. Door je vragen goed voor te bereiden word je je veel meer bewust van je invloed als vragensteller en hoe je dat in de hand kunt houden.

Voorbereiden, organiseren en een goede start maken

De eerste stap is weten wat je wilt weten. Wat ga je ophalen? Hoe kun je dat het beste doen en met wie? Wat is ook interessant maar volgt later? Je moet niet te veel willen bespreken: zo’n gesprek is zó voorbij! Heb je je frames al duidelijk genoeg voor ogen? Als het antwoord op de vorige vraag eigenlijk ‘nee’ is, dan adviseren we je om dat eerst te doen. Er valt anders weinig te testen. Welke vragen ga je stellen? Hoe ga je die stellen?


De volgende stap is ergens extern een locatie regelen om de focusgroepen te houden. Zoek een prettige ruimte waar mensen zich snel op hun gemak voelen. Er zijn genoeg werving- en selectiebureaus die ruimtes en proefpersonen kunnen leveren voor een redelijke prijs. Het intern organiseren kan er onbedoeld voor zorgen dat mensen zich minder vrij voelen om het achterste van hun tong te laten zien en als je mensen van een werving- en selectiebureau gebruikt is de opkomst vaak ook hoger.


In het gesprek zelf begin je met het uitleggen van de regels (en daar zit tenminste bij: niet door elkaar praten en de gespreksleider bepaalt of iets afgekapt moet worden). Vertel ook hoe lang het gesprek duurt (maximaal 1,5 uur). Zorg voor koffie en thee en een zinloze ijsbreker. We doen zelf graag een voorstelrondje met naam en lievelingsgerecht bijvoorbeeld. Laat mensen daarna het gemanipuleerde materiaal zien of lezen en vraag ze naar hun eerste indrukken. Daarna kun je het gesprek uitbouwen. Het belangrijkste is: luisteren en mensen aanmoedigen om uit zichzelf meer te vertellen. Grijp zo min mogelijk in zolang ze bij het onderwerp blijven.

Voorwaarden voor een soepele focusgroep

Een gesprek voeren met meer dan 10 mensen is geen pretje. Nodig 8 mensen uit (als er dan 2 niet komen opdagen heb je nog een prima hoeveelheid) en laat niet te veel los over de inhoud van het gesprek. Je wil niet dat mensen zich helemaal gaan voorbereiden want dan zijn ze minder makkelijk te framen. Het is handig om van te voren een overzicht te hebben van je deelnemers (leeftijd, beroep, opleidingsniveau, gezinssituatie en eventueel politieke kleur) om meer controle over je gesprek te hebben. Zo kun je namelijk potentieel dominante mensen wat beter in de gaten houden. Die kunnen je gesprek behoorlijk verstieren. Hou ze strak zonder dat ze dat doorhebben. Soms moet je hard werken om iedereen aan het woord te kunnen laten.

Tot slot: 5 tips voor mooie resultaten

  1. Stel je vragen zo open mogelijk, maar vermijd ‘waarom’ want dat vindt men vaak moeilijk en dan klappen ze dicht. Vraag door op een antwoord door ze te complimenteren (‘Interessant punt’, ‘Goh goed dat je daar aan denkt’) en door vragen te stellen als ‘Kun je een voorbeeld bij geven?’ of ‘Hoe zie je dat voor je?’;
  2. Vermijd vorming van hiërarchie in de groep. Het is ons één keer overkomen dat een proefpersoon toch (terwijl we ze hadden geïnstrueerd alleen naam en lievelingseten te vertellen) zijn beroep vertelde. De rest van het besprek bleef de rest naar die persoon kijken en meepraten, want die had zichzelf neergezet als de hoogstopgeleide en dus de leider van de groep (grrr!);
  3. Beweeg met de groep mee. Jij bent als gespreksleider toch een beetje eng, dus probeer snel een band op te bouwen met de deelnemers. Smalltalk helpt, net als het aanwijzen van overeenkomsten (‘Lasagne! Lekker!’). Als iets echt totale onzin is wat ze zeggen, laat je het meestal gaan. Je wil ze niet het gevoel geven dat ze ook ‘foute’ antwoorden kunnen geven want dan zeggen sommigen liever niets meer. En dan heb je er niks meer aan. Dus verbijt je bij kletskoek en probeer snel over te stappen op een ander onderwerp;
  4. Wees duidelijk maar niet per se eerlijk. In sommige gevallen wil je niet vertellen van welke organisatie je bent of wat het echte doel is van de focusgroepen. Dat kan namelijk ook al (negatieve) invloed hebben. Zorg dat je van te voren hebt nagedacht over wat je de deelnemers gaat vertellen over het doel en vanuit wie jij dit doet. Dat betekent dat we wel eens glashard zitten te liegen tegen mensen en dat kan op dat moment ook niet anders. Dat is het lot van een proefpersoon in een onderzoek, denken we dan maar;
  5. Luister goed naar hun taal en verhaal. Om de invloed van je manipulatie te kunnen testen zijn vooral de woorden en voorbeelden die mensen gebruiken interessant om goed te analyseren. Daaruit ‘lekken’ ze als het ware welke associaties er opgeroepen worden. Idealiter is er een notulist aanwezig zodat je het later nog rustig kunt teruglezen om je conclusies te trekken.


Veel plezier (want het is behalve zinvol ook gewoon heel leuk) en mocht je hulp kunnen gebruiken: we zijn op elk moment in het proces in te schakelen om mee te denken, mee te schrijven, de groepen voor te zitten of mee te helpen met interpreteren!

Deel dit artikel:

Andere artikelen

15 september 2026
Als framingspecialist luister ik jaarlijks naar de Troonrede op twee manieren: wat wordt er gezegd en hoe wordt dat geframed? In dit artikel geef ik een duiding: welke belangrijkste frames sprak de Koning uit tijdens de troonrede op Prinsjesdag? Goed om je te realiseren waar de troonrede informeel voor bedoeld is: het eerste voorzetje voor het debat in de Tweede Kamer dat woensdag en donderdag plaatsvindt. De troonrede wordt immers niet geschreven door de Koning, maar door de minister-president, en Jetten wil maar al te graag alvast een paar punten scoren voor de Algemene Politieke Beschouwingen (APB). Het debat over de begroting wordt pittig; er is nog geen meerderheid in zicht. Er staat veel op het spel, en dat voelde je ook in deze troonrede. Frame 1: democratie als samenwerking in plaats van het 'grootste gelijk' Het onderwerp 'democratie' kwam ook bij de vorige verkiezingen al regelmatig bovendrijven. Interessant (en wat mij betreft pijnlijk) is dat er veel met democratie wordt geschermd (en dan vooral de problemen eromheen), maar zelden wordt benoemd wat democratie eigenlijk precies inhoudt. Terwijl er behoorlijk grote tegenstellingen zijn in hoe mensen dit invullen. De Koning framet het door te zeggen wat het niét is: "Daarom is het zo belangrijk het democratiebegrip niet verder te versmallen tot het gelijk van de helft plus één. Democratie moet mensen verenigen, niet uit elkaar spelen." Vaak wordt democratie juist gezien als de wens van de meerderheid. Dit laat zien hoe ingewikkeld het is om hier een alternatief frame voor te bieden, zonder in termen van ontkenning te vervallen. Weer niet gelukt. Waarom begint hij over de betekenis van onze democratie? De alinea erna gaat, zonder expliciete koppeling, over het vertrouwen in de politiek: "De parlementaire democratie is van iedereen, voor iedereen en moet dus dienstbaar zijn aan iedereen." In de zin erna wordt duidelijk wie hij aanspreekt: hij doet een beroep op de oppositie om een 'brede samenwerking' aan te gaan. Oftewel: ga niet dwarsliggen vanuit je eigen gelijk. Dat klinkt redelijk, maar voor de oppositie kan het heel anders overkomen — als: tekenen bij het kruisje, want grote issues liggen al te lang te wachten. De zin ' De toekomst wacht niet op achterblijvers ' voelt daarmee als een dreigement. Frame 2: we worden gegijzeld op ten minste drie onderwerpen Het zijn stevige woorden: " Een onderwerp dat Nederland nu al jarenlang gijzelt, is de stikstofaanpak." Het is een van de drie onderwerpen die de Koning aanhaalt om te laten zien hoe dingen te lang zijn blijven liggen. Hij staat lang stil bij wat het stikstofprobleem voor boeren gaat betekenen: veel. Maar het gaat wel 'duidelijkheid en toekomstperspectief' opleveren. De boeren krijgen geen schuld, maar worden ook niet als slachtoffer geframed: bij hen moet het gaan gebeuren, of ze dat nou leuk vinden of niet. Niet toevallig volgt daarna het onderwerp wonen: plannen voor de lange termijn, maar ook een omfloerste 'pragmatische aanpak' voor de korte termijn. Opvallend abstract en op een hoog taalniveau geframed, waardoor je er ook niet echt op aanslaat. Onderwerp drie is asiel: meer grip, minder polarisatie, en gemeenten die 'solidair' moeten zijn met Ter Apel. Dit hele deel zegt tussen de regels door: samenwerken, verdomme! Met als uitsmijter: " Op deze en andere onderwerpen wil het kabinet stilstand doorbreken en knopen doorhakken, zodat Nederland weer vooruit kan ." Frame 3: is een uitkering een gevangenis? Het lijkt een terloopse bijzin, maar is interessant genoeg om bij stil te staan: "Ook het stelsel van werknemersverzekeringen vraagt onderhoud, om ervoor te zorgen dat mensen mee kunnen blijven doen. Wie ziek wordt of werkloos, moet niet worden opgesloten in een uitkering." Dit is een duidelijk frame uit VVD-hoek, want zij willen de hoogte en duur van zowel de WIA (bij ziekte) als de WW (bij ontslag) verlagen en verkorten. Iets waar linkse partijen en vakbonden fel op tegen zijn en wat al tot protest en stakingen leidde. 'Opgesloten' suggereert dat je er niet uitkomt en dat is een beeld dat rechtse partijen voeden vanuit het idee dat uitkeringen te aantrekkelijk zouden zijn en er geen prikkel is om weer aan het werk te gaan. Het is aan jou om te bepalen of je het daarmee eens bent, maar het aantal mensen dat bewust en tevreden aan de kant zit, is nihil. Je kunt het verkorten van uitkeringen dus ook reframen als: mensen voor de leeuwen gooien. Welk frame past jou als lezer beter? Frame 4: ook de overheid moet beter samenwerken Tegen het einde richt de Koning de aandacht op de overheid zelf, die ook moet werken aan betere samenwerking en vertrouwen: "Kort samengevat: minder regelzucht en controledwang, meer ruimte voor mensen en bedrijven, en een overheid die niet hindert, maar helpt ." Het is een behoorlijk negatieve portrettering van de staat en een frame dat de afgelopen jaren steeds sterker wordt. De overheid als een soort doolhof, waar burger en bedrijf in verdwalen. Het voornemen van het kabinet? Minder regels maken en waar mogelijk vereenvoudigen. Dat betekent in de praktijk ook: minder maatwerk, maar dat blijft impliciet. Ook de ' muren tussen beleid en uitvoering ' moeten neer. Geen leuk frame voor de ambtenaren die met goede bedoelingen hun werk doen en dat vaker wel dan niet voor elkaar krijgen. Meeluistertip: luister naar hoe in de APB 'samenwerken' wordt geframed De toon is gezet. De volgende zin in de afsluiting spreekt ons allen aan, maar vooral de Tweede Kamer: " Want de geest van redelijkheid en elkaar wat gunnen die in deze woorden besloten ligt, lost meer problemen van mensen op dan de voortdurende ophef die nu soms de overhand lijkt te hebben." Het schetst een scherp contrast tussen 'elkaar wat gunnen' en 'ophef veroorzaken'. Maar precies daar tussen zit toch het debat waarbij je argumenten uitwisselt en compromissen zoekt? Ophef gaan we vast krijgen. Het wordt een woordenstrijd de komende dagen, waarbij de inzet grotendeels zal zijn: wie is de dwarsligger en wie doet mee? Dit minderheidskabinet kan zich niet veel verwijten veroorloven, dus de Koning wat vileine steekjes laten uitdelen is best een slimme zet. Benieuwd hoe de oppositiepartijen met de framing van samenwerking zullen omgaan!
1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet.