Moeten kranten woorden vermijden?

14 juli 2015

Deze week leek het erop dat de Volkskrant had besloten om het woord ‘allochtoon’ uit hun repertoire te schrappen. Het bleek minder radicaal, want hoewel ze – volgens plaatsvervangend hoofdredacteur Peter Klok – het woord liever niet gebruiken, is een verbod onnodig.


Trouw deed vandaag een duit in het zakje: ook zij gaven aan het woord liever niet te gebruiken. Het is niet voor het eerst dat deze discussie oplaait, in 2012 besloot het Vlaamste dagblad De Morgen al het woord te schrappen. Tijd om de balans op te maken met voors en tegens.


Argumenten voor vermijden

Volkskrant en Trouw geven zelf als redenen dat de term ‘allochtoon’ niet alleen bijzonder vaag is, maar ook een extra lading betekenis meegeeft aan het nieuws. Door een hoofd- of bijrolspeler in het verhaal een allochtoon te noemen, worden er automatisch stereotyperingen opgeroepen bij de lezer die een rol gaan spelen in het interpreteren van het nieuws. Die associaties zijn om ten minste twee redenen bezwaarlijk.


Als eerste moet je je überhaupt afvragen wanneer het nu echt relevant is om etniciteit te noemen voor het verhaal. Dat ligt maar net aan wie je het vraagt natuurlijk. Of iets relevant wordt geacht is afhankelijk van de frames die iemand hanteert. Hoe negatiever je tegenover ‘allochtonen’ staat, hoe groter de kans dat je het wel degelijk relevant zult vinden. We krijgen graag bevestigd wat we al dachten. Daardoor ervaren veel mensen het als objectief en eerlijk als etniciteit wordt genoemd. Begrijpelijk, maar bijzonder inconsequent. Want in het geval dat het stereotype wordt ondergraven (bijvoorbeeld als een allochtoon iets bewonderingswaardigs doet), dan zal het niet als relevant gezien worden om te noemen. De term wordt vooral eenzijdig met negatieve associaties geladen.


Ten tweede is het ook een vervelende kip-ei-kwestie. Negatieve woorden plakken aan een bestaand beeld, maar een beeld kan ook ontstaan door gebruik van een bepaald woord. Dus wie was er eerst? Het woord of de persoon die het label opgeplakt krijgt? Door iets vaak te benoemen wordt het steeds concreter en voorstelbaarder en dat versterkt het negatieve stereotype (omdat mensen het steeds gaan bevestigen). Het woord wordt steeds negatiever en daarmee ook de beeldvorming van mensen die in die groep vallen. In dit specifieke geval waren er natuurlijk al  immigranten voordat het woord trendy werd. Toen werden deze mensen eerder ‘gastarbeider’ genoemd bijvoorbeeld. Ook niet een woord dat echt positief geladen was. Het nieuwe woord ‘allochtoon’ verschoonde de categorie tijdelijk van de vieze associatieve nasmaak.

Argumenten tegen vermijden

Het woord ‘tijdelijk’ in de vorige zin geeft meteen een probleem aan. Hoewel Orwell in zijn boek 1984 speculeerde dat als je een woord schrapt, dat mensen op den duur dan niet meer in die categorie kunnen denken, ligt dat in de praktijk (gelukkig!) ingewikkelder. Taal is altijd in beweging en we bewegen met nieuwe betekenis mee. Als politici stoppen met het woord ‘bezuinigen’ en daar consequent ‘hervormen’ van maken, dan worden de vervelende gevoelens bij zo’n woord op den duur vanzelf overgeheveld. Dus heeft het wel zin? In veel gevallen zal het vermijden van ‘allochtoon’ leiden tot een synoniem dat dezelfde problematiek gaat veroorzaken.


Een ander – nogal naïef – argument is dat het niet uit zou maken of je het noemt of niet. Want mensen zouden toch moeten weten dat je het niet negatief bedoelt? We zijn blij dat VK en Trouw zich realiseren dat het in ieder geval op die manier niet werkt. Zelfs als je je bewust verzet tegen het stereotype, sijpelt het namelijk onbewust toch door in je brein. Of je dat nu wil of niet. Zo werkt taal nu eenmaal. Talige beïnvloeding is veelal sterker dan rationeel verzet.

En dat leidt tot de slotsom…?

Doen alsof het niks uitmaakt is dus in ieder geval geen optie. Dus het is bewonderenswaardig dat VK en Trouw zich er over buigen. Of het vermijden ook echt wat gaat opleveren zal moeten blijken uit de praktijk. Enerzijds kun je cynisch zijn. Als Trouw, zoals ze zelf schrijven, ‘allochtone wijkbewoners’ consequent gaat vervangen met ‘wijkbewoners van buitenlandse komaf’, dan zal dat nagenoeg niks veranderen. In ieder geval niet op de langere termijn. Anderzijds zou het best zo kunnen zijn dat het woord bij deze redacties een alarmbel wordt, een reflectiemoment. Hoe bewuster journalisten omgaan met de onbewuste lading van taal, hoe betere journalistiek dat zal opleveren. Dus van ons mag die alarmbellenlijst nog best wat langer worden, met stereotypen en giftige frames van alle smaken en kleuren erop.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?