Framing Europa en Europese identiteit

17 mei 2013

Wat maakt ons Europeaan? Een vraag die op het symposium ‘How European are you’, georganiseerd door de Van Mierlo Stichting, op diverse manieren werd belicht. Europa is zo groot en zo abstract, dat zelfs geoefende sprekers worstelen om in minder dan 10 zinnen overtuigend uit te leggen waarom Europa onmisbaar is. Hoe moet Europa geframed worden zodat Europeanen hun Europa als iets positiefs gaan zien?


De anti-Europa frames

Juist de anti-Europa frames kunnen mensen gemakkelijk herhalen, die hoeven we je eigenlijk niet uitvoerig te vertellen. De drie dominante frames in het debat zijn 'Europa is anti-democratisch' (Nederlandse macht wordt weggeven aan ongekozen Eurocraten), 'Europa is een uitvreter' (Nederland betaalt zich blauw, terwijl Griekenland en dergelijke bakken met geld krijgen) en 'Europa is anti-Nederland' (we verliezen onze identiteit en krijgen er multiculti-troep voor terug). En ja, deze frames zijn nogal gechargeerd geformuleerd, maar je begrijpt, ook in de mildere variant is het recept nagenoeg gelijk.


Opvallend aan deze anti-Europa frames, is dat ze vrijwel door alle gebruikers door elkaar worden gebruikt. Dan wordt er weer gefocust op het financiële gedeelte en dan gaat het weer over het afstaan van soevereiniteit. Dat is niet zozeer een verdeel-en-heers strategie, maar meer dat de gebruiker niet durft te kiezen. Omdat er geen hele krachtige pro-Europa frames zijn, is dat overigens in de praktijk niet zo’n probleem.

Pro-Europa frame ‘vrede en veiligheid’

Net zoals de anti-Europa frames worden ook de pro-Europa frames vaak gecombineerd in boodschappen. Een klassiek frame is ‘Vrede en veiligheid’. Dit is het frame waarop het Europese ideaal gestoeld is en waarop fundamenten van de Europese Unie zijn gebouwd. Nooit meer oorlog. Een prima frame op zichzelf, waarbij men kan putten uit onze gewelddadige geschiedenis. Maar voor hoeveel mensen in Europa is ‘vrede’ nog iets waar ze ’s ochtends aan denken als ze wakker worden? Is dit niet voor de meeste mensen ontzettend vanzelfsprekend geworden?


Een familielid van dit positieve frame is ‘Maak Europa even groot als onze problemen’. Dan wordt er gewezen op onze financiële sores, het klimaatprobleem en grensoverschrijdende criminaliteit. Met een spierballenorganisatie als de Europese Unie kunnen we die problemen aanpakken. Maar goed, hoeveel van die problemen zien we nu concreet opgelost worden? Of is de vuist die Europa maakt simpelweg niet stoer genoeg om dit frame goed te laten plakken?

Pro-Europa frame ‘financieel fundament’

Het tweede pro-Europa frame is: 'Europa is ons financieel fundament'. Wij Nederlanders hebben maar een klein stukje grond, maar wel een grote handelsgeest. Door te handelen in producten en diensten verdienen we jaarlijks verschrikkelijk veel geld aan Europa. En soms kost dat dus ook wat, maar aan het einde van de dag slaat de balans ruim door naar het groen. Zonder Europa geen bloeiende Nederlandse economie. Ook in crisistijd, al laat dit verhaal zich dan veel minder gemakkelijk vertellen. We zien namelijk vooral de kosten waar Europa ons mee opzadelt, de baten blijven grotendeels onzichtbaar. Hoe overtuigend is dit frame dan? Daarbij is het eigenlijk een pessimistisch frame, het zet de EU neer als een noodzakelijk kwaad (zonder EU geen welvaart, dus het moet maar). Eerst het zuur en dan het zoet, zou je kunnen zeggen. Tegelijkertijd biedt dit frame wel een kans om op angst in te spelen: zonder Europa zijn we zó blut, dus Europa is onmisbaar.

Pro-Europa frame ‘extra identiteit’ (NL+)

Een ander frame dat vooral in de vernieuwershoek wordt gevonden is Europa als extra identiteit. In 2013 is de wereld onze achtertuin en zijn we naast Nederlander ook Europeaan. Door de onderlinge banden te versterken en meer in contact te zijn, zullen we ook steeds meer van elkaar leren. In dit frame is het toetreden van nieuwe landen tot de EU een soort gezinsuitbreiding of een verbouwing. Nederlander plus dus.

Gerelateerde frames, twee kanten van dezelfde munt

De dominante frames in het Europadebat zijn nauw met elkaar verbonden. De anti- en pro-Europaframes zijn veelal twee kanten van dezelfde munt. Zo is het ‘Vrede en veiligheid’-frame qua waarden sterk verbonden met het ‘Anti-democratie’-frame. Het gaat over macht en beslissingsrecht. De positieve variant zegt: laten we die macht delen voor onze veiligheid, terwijl de negatieve variant zegt: die macht houden we graag zelf om onze eigen beslissingen te nemen. Samen weten we het beter versus we weten het zelf beter.


Zo gaan het ‘Economisch fundament’-frame en het ‘Europa is een uitvreter’-frame beide over geld. De ene kant van de munt is winst (we verdienen aan Europese samenwerking) en de andere kant verlies (we betalen alleen de rekening). Beide zijn in zekere zin waar, maar op welk gedeelte leg je de nadruk. Nu is dat verlies veel concreter weer te geven dan die abstracte winst, zeker in crisistijd zoals we eerder al betoogden. De positieve variant van dit frame staat daardoor extra wankel.


Het laatste koppel, NL+ en NL-, gaan beide over identiteit. Nu is de negatieve variant een stuk emotioneler, omdat het inspeelt op de angst om identiteit te verliezen (en verlies is cognitief altijd heftiger dan winst, ook als het niet zo concreet is. Lees er meer over in dit artikel.) Daarbij wordt vaak ook helemaal niet duidelijk wat die ‘winst’ bij de positieve variant dan nu eigenlijk is. Het identiteitsframe kan best aanlokkelijk worden (we zien onszelf immers graag als avonturiers en mensen van de wereld), maar dan moet er wel iemand opstaan en vertellen waarom het cool is om Europeaan te zijn. Dat blijft nu vaak onderbelicht.

Conclusie: hoe moet het nou verder met die Europaframes en Euro-identiteit?

Welk frame ‘het beste’ is, is eigenlijk niet te zeggen vooraf. Alle positieve frames hebben een krachtige negatieve tegenhanger. Tegelijkertijd zijn die positieve frames ook nog wel krachtiger te maken als men meer gaat inzetten op de waarden en emoties die erachter zitten. Zo vertelde Mr. Hans van Mierlo Stichting-directeur Frank van Mil op een concrete en persoonlijke manier wat hem een Europeaan maakt, wat hem een Europese identiteit geeft.


Wat hem zijn Europese identiteit geeft zijn niet de gedeelde wetten. Niet het Europees parlement. Maar dat hij zich thuis voelt, overal in Europa. En er altijd wel de weg kan vinden. Dat hij geen gezelligheid lijkt te kunnen vinden buiten Europa. Dat als er binnen Europa gevoetbald wordt, dat een potje tegen een Nederlandse club bijna even lokaal voelt als een Europese club. Een mooi frame, waarin hij appelleert aan het NL+ frame. Nederland is ons huis, Europa is de achtertuin. Allemaal van ons en we voelen ons er goed en thuis. En zoals Frank terecht ook opmerkte, misschien krijgen we pas heimwee naar ons Europa, zodra we aan de andere kant van de wereld zitten. We hopen dat meer mensen Europa zo klein en persoonlijk zullen gaan maken de aankomende tijd!


In een andere lezing op het Van Mierlo-symposium vertelde Arnold Labrie hoe nationalisme ontstaat door een gedeeld verhaal dat identiteit construeert. Een land framet zichzelf via een gedeelde geschiedenis (die je zelf optekent), een wij-zij verhaal (ik hoor erbij, zij horen er niet bij) en gedeelde zaken zoals geloof en taal. Uit deze lezing bleek maar weer hoe belangrijk het is dat, voor het slagen van de Europese Unie, er geïnvesteerd moet blijven worden in een Europees frame. Zo krijgen mensen steeds concreter het gevoel dat ze erbij horen en wordt Europealisme vanzelfsprekend.


Dus? Laten de voorvechters van Europa samen nadenken over de ingrediënten van de meerwaarde van Europese identiteit en die voordelen zichtbaar, hoorbaar, tastbaar en proefbaar worden. Neem ons mee onze Europese achtertuin in en zorg dat we ons er steeds meer thuis gaan voelen. En volhouden dan.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

15 september 2026
Als framingspecialist luister ik jaarlijks naar de Troonrede op twee manieren: wat wordt er gezegd en hoe wordt dat geframed? In dit artikel geef ik een duiding: welke belangrijkste frames sprak de Koning uit tijdens de troonrede op Prinsjesdag? Goed om je te realiseren waar de troonrede informeel voor bedoeld is: het eerste voorzetje voor het debat in de Tweede Kamer dat woensdag en donderdag plaatsvindt. De troonrede wordt immers niet geschreven door de Koning, maar door de minister-president, en Jetten wil maar al te graag alvast een paar punten scoren voor de Algemene Politieke Beschouwingen (APB). Het debat over de begroting wordt pittig; er is nog geen meerderheid in zicht. Er staat veel op het spel, en dat voelde je ook in deze troonrede. Frame 1: democratie als samenwerking in plaats van het 'grootste gelijk' Het onderwerp 'democratie' kwam ook bij de vorige verkiezingen al regelmatig bovendrijven. Interessant (en wat mij betreft pijnlijk) is dat er veel met democratie wordt geschermd (en dan vooral de problemen eromheen), maar zelden wordt benoemd wat democratie eigenlijk precies inhoudt. Terwijl er behoorlijk grote tegenstellingen zijn in hoe mensen dit invullen. De Koning framet het door te zeggen wat het niét is: "Daarom is het zo belangrijk het democratiebegrip niet verder te versmallen tot het gelijk van de helft plus één. Democratie moet mensen verenigen, niet uit elkaar spelen." Vaak wordt democratie juist gezien als de wens van de meerderheid. Dit laat zien hoe ingewikkeld het is om hier een alternatief frame voor te bieden, zonder in termen van ontkenning te vervallen. Weer niet gelukt. Waarom begint hij over de betekenis van onze democratie? De alinea erna gaat, zonder expliciete koppeling, over het vertrouwen in de politiek: "De parlementaire democratie is van iedereen, voor iedereen en moet dus dienstbaar zijn aan iedereen." In de zin erna wordt duidelijk wie hij aanspreekt: hij doet een beroep op de oppositie om een 'brede samenwerking' aan te gaan. Oftewel: ga niet dwarsliggen vanuit je eigen gelijk. Dat klinkt redelijk, maar voor de oppositie kan het heel anders overkomen — als: tekenen bij het kruisje, want grote issues liggen al te lang te wachten. De zin ' De toekomst wacht niet op achterblijvers ' voelt daarmee als een dreigement. Frame 2: we worden gegijzeld op ten minste drie onderwerpen Het zijn stevige woorden: " Een onderwerp dat Nederland nu al jarenlang gijzelt, is de stikstofaanpak." Het is een van de drie onderwerpen die de Koning aanhaalt om te laten zien hoe dingen te lang zijn blijven liggen. Hij staat lang stil bij wat het stikstofprobleem voor boeren gaat betekenen: veel. Maar het gaat wel 'duidelijkheid en toekomstperspectief' opleveren. De boeren krijgen geen schuld, maar worden ook niet als slachtoffer geframed: bij hen moet het gaan gebeuren, of ze dat nou leuk vinden of niet. Niet toevallig volgt daarna het onderwerp wonen: plannen voor de lange termijn, maar ook een omfloerste 'pragmatische aanpak' voor de korte termijn. Opvallend abstract en op een hoog taalniveau geframed, waardoor je er ook niet echt op aanslaat. Onderwerp drie is asiel: meer grip, minder polarisatie, en gemeenten die 'solidair' moeten zijn met Ter Apel. Dit hele deel zegt tussen de regels door: samenwerken, verdomme! Met als uitsmijter: " Op deze en andere onderwerpen wil het kabinet stilstand doorbreken en knopen doorhakken, zodat Nederland weer vooruit kan ." Frame 3: is een uitkering een gevangenis? Het lijkt een terloopse bijzin, maar is interessant genoeg om bij stil te staan: "Ook het stelsel van werknemersverzekeringen vraagt onderhoud, om ervoor te zorgen dat mensen mee kunnen blijven doen. Wie ziek wordt of werkloos, moet niet worden opgesloten in een uitkering." Dit is een duidelijk frame uit VVD-hoek, want zij willen de hoogte en duur van zowel de WIA (bij ziekte) als de WW (bij ontslag) verlagen en verkorten. Iets waar linkse partijen en vakbonden fel op tegen zijn en wat al tot protest en stakingen leidde. 'Opgesloten' suggereert dat je er niet uitkomt en dat is een beeld dat rechtse partijen voeden vanuit het idee dat uitkeringen te aantrekkelijk zouden zijn en er geen prikkel is om weer aan het werk te gaan. Het is aan jou om te bepalen of je het daarmee eens bent, maar het aantal mensen dat bewust en tevreden aan de kant zit, is nihil. Je kunt het verkorten van uitkeringen dus ook reframen als: mensen voor de leeuwen gooien. Welk frame past jou als lezer beter? Frame 4: ook de overheid moet beter samenwerken Tegen het einde richt de Koning de aandacht op de overheid zelf, die ook moet werken aan betere samenwerking en vertrouwen: "Kort samengevat: minder regelzucht en controledwang, meer ruimte voor mensen en bedrijven, en een overheid die niet hindert, maar helpt ." Het is een behoorlijk negatieve portrettering van de staat en een frame dat de afgelopen jaren steeds sterker wordt. De overheid als een soort doolhof, waar burger en bedrijf in verdwalen. Het voornemen van het kabinet? Minder regels maken en waar mogelijk vereenvoudigen. Dat betekent in de praktijk ook: minder maatwerk, maar dat blijft impliciet. Ook de ' muren tussen beleid en uitvoering ' moeten neer. Geen leuk frame voor de ambtenaren die met goede bedoelingen hun werk doen en dat vaker wel dan niet voor elkaar krijgen. Meeluistertip: luister naar hoe in de APB 'samenwerken' wordt geframed De toon is gezet. De volgende zin in de afsluiting spreekt ons allen aan, maar vooral de Tweede Kamer: " Want de geest van redelijkheid en elkaar wat gunnen die in deze woorden besloten ligt, lost meer problemen van mensen op dan de voortdurende ophef die nu soms de overhand lijkt te hebben." Het schetst een scherp contrast tussen 'elkaar wat gunnen' en 'ophef veroorzaken'. Maar precies daar tussen zit toch het debat waarbij je argumenten uitwisselt en compromissen zoekt? Ophef gaan we vast krijgen. Het wordt een woordenstrijd de komende dagen, waarbij de inzet grotendeels zal zijn: wie is de dwarsligger en wie doet mee? Dit minderheidskabinet kan zich niet veel verwijten veroorloven, dus de Koning wat vileine steekjes laten uitdelen is best een slimme zet. Benieuwd hoe de oppositiepartijen met de framing van samenwerking zullen omgaan!
1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet.